|

|
|
De leerlijn bestaat
uit twee delen: analoog (wijzerklok) en
digitaal (cijferklok).
In kleine stapjes en met veel herhaling wordt het kind vertrouwd gemaakt
met de klok.
Nadat er kennis is gemaakt met de hele en halve uren, wordt 'kwart voor'
en 'kwart over' aangeboden.
Om te voorkomen dat kinderen dit omdraaien wordt er gebruikt gemaakt van
een berg: "Is het mannetje voor de top of over de top?"
Als ook 'voor half' en 'over half' worden beheerst, kan er een start
worden gemaakt met het digitaal klokkijken.
Bij het digitaal klokkijken wordt gebruik gemaakt van pictogrammen om
ochtend, middag, avond en nacht van elkaar te scheiden.
De kinderen leren het verschil tussen bijvoorbeeld 07:00 uur en 19:00
uur.
De kinderen die zowel de wijzerklok als de
analoge klok beheersen krijgen onderwijs in toegepast klokkijken:
vertrektijden van de bus, lezen van de televisiegids, te vroeg of
te laat, etc.
|