Structuur in de dag:
Het dagprogramma wordt iedere dag visueel gemaakt door middel van dagritmekaarten. Dit geeft de kinderen structuur.
Deze kaarten hangen in alle klassen en zijn overal uniform. In
de groepen 1 en 2 zijn de kaarten iets minder abstract. Er
wordt hier gebruik gemaakt van foto's.
Het dagprogramma van
een
woensdag.
Visueel maken van tijd:
Tijd
is een abstract begrip voor kinderen. We maken daarom de tijd
visueel door gebruik te maken van een doorloopklok. Deze klok geeft de eindtijd van iedere activiteit aan en hangt naast de gewone klok.
De gewone klok en de
zogenaamde doorloopklok.
Structuur in de les:
De leerkracht vertoont voorspelbaar gedrag door gebruik te maken van het directe instructiemodel.
De les heeft vaste onderdelen. Er wordt begonnen met het
verwoorden hiervan, ook wordt verteld wat de kinderen gaan
leren en de doorloopklok wordt gezet.
Na de instructie, waarin de leerkracht door middel van
modelleren de leerstof overdraagt aan de kinderen, gaan
de kinderen zelfstandig de leerstof verwerken.
De leerkracht loopt een vaste ronde door de klas, de
zogenaamde startronde. Hierna worden individuele of
groepjes kinderen begeleidt aan de instructietafel. De
leerkracht loopt nog een ronde door de klas en sluit de les
af.
In deze afsluiting wordt de leerlingen gevraagd
wat er geleerd is, maar ook wat ze leuk of moeilijk vonden. Op
deze wijze worden de kinderen bewust gemaakt van het eigen
leerproces.

De leerkracht loopt een
vaste ronde door de klas. |